Boekdetails

6 - 12 jaar

LEEFTIJDSGROEP

Gevonden

  • Auteur: Cees van den Berg
  • Illustrator(s): Monique Dozy
  • Jaar van uitgave: 2020
  • Prijs: 14,95 (actuele prijs klik Bestel online)
  • Pagina's: 164
  • Uitvoering: Gebonden
  • Uitgeverij: Lemniscaat
  • ISBN: 9789047712831

Frietje is zo’n meisje dat wil zorgen voor alle verloren dieren die ze aantreft: een zwerfhond, een verdwaalde schildpad, een manke duif… Op een dag vindt ze een oude man die met zijn pantoffels aan midden op het fietspad staat en niet meer weet wie hij is. Frietje noemt hem ‘meneer’ Fritz’ en neemt hem mee naar huis. Ze is vastberaden om uit te zoeken wie meneer Fritz is. Haar pogingen om hem zijn geheugen terug te laten vinden, leveren vrolijke situaties op – maar makkelijk gaat het niet.

Bestel online

Wat heerlijk als je een boek kunt schrijven met alles erin: spanning, een zoektocht, emotie, ontroering, humor, originele zinnen en een paar geweldige levenslessen!

Als Frietje (afkorting van Frida, de naam van haar oma, persoonlijk word ik heel blij van een meisje dat Frietje heet en het zet gelijk de toon van het boek), ‘meneer Fritz’ ziet lopen op zijn pantoffels op straat wil ze hem meteen helpen. Alleen weet ‘meneer Fritz’ helemaal niets meer.

“Hij stopt zijn pijp weer terug en zoekt verder. In alle binnenzakken van zijn colbert. Nee, niks. ‘Ik besta niet,’ zegt hij droevig. ‘Tuurlijk wel. Ik kan u zien. Ik kan u aanwijzen.’ Ik wijs. ‘Ik weet niks meer,’ zegt de man. ‘Ik kan me niets herinneren. Wie ik ben. Wat ik hier doe. Niks. M’n hoofd is helemaal leeg.’

Dus bedenkt Frietje allemaal plannetjes om het geheugen van meneer Fritz weer te vullen. Ze stelt veel vragen, zijn portret wordt opgehangen aan elke tiende lantaarnpaal, ook komt er een berichtje in de krant en bezoeken ze bejaardentehuizen. Ondertussen worden de officiële instanties ingeschakeld; de politie, de mevrouw van Stichting Verwarde Personen, een neuroloog… We volgen alles vanuit het verbaasde en vaak verontwaardigde (want de volwassen wereld is vaak zo onlogisch en vooral harteloos) standpunt van Frietje. Af en toe borrelt er informatie over zijn vroegere leven bij meneer Fritz naar boven. Het maakt het boek een soort detective. En spannend. Wie is toch die ‘meneer Fritz’? Een ontsnappingspoging zorgt dat je helemaal op het puntje van je stoel gaat zitten.

Het boek is ook ontroerend. Frietjes hulp aan de oudere man is een vanzelfsprekendheid.

“Frida, wat is dit voor onzin?’ ‘Het is geen onzin, pap. Meneer Fritz is in de war. Dat zie je toch zelf? Hij stond midden op een druk fietspad. Mensen reden hem bijna aan. Ik kon hem toch niet laten staan?’

 “Waarom heb jij mij van straat geplukt?’ ‘Moest ik van mezelf. Kan ik niets aan doen. Alles wat een raar geluid maakt, stilletjes in een hoekje zit, er hongerig of verwaarloosd uitziet of zielig kijkt, neem ik mee naar huis. Dat hoort bij mij, zegt mijn moeder.’ ‘En deze keer was ik het.’ Ik knik.”

 Frietje hecht aan meneer Fritz, ze worden goede vrienden. Ook dat is vanzelfsprekend, niets generatiekloof! De keerzijde is dat ze in paniek raakt bij de gedachte dat ook meneer Fritz weer weg kan gaan, net als Soldaat de schildpad, Wolf de hond, de gewonde egel, de dikke manke duif en de muis met de geknakte staart.

De zinnen zijn vaak in spreektaal geschreven. Soms heeft een zin maar één woord. En dat is genoeg. “Zweten. Hoge adem. PANIEK!” Hierdoor zit er vaart in het boek. Ook middenin scènes beginnen draagt hieraan bij.. ‘Hoog,’ zegt meneer Fritz. Een enorme torenflat steekt recht omhoog alsof-ie de hemel wil raken.

Sommige stukjes heb ik een paar keer opnieuw gelezen, zo mooi is het geschreven.

“Het is best moeilijk allemaal. Eerst is alles normaal en mis je niks. Dan vind je iets en heb je iets extra’s. Dan raak je het extra weer kwijt en is alles weer terug bij normaal. Maar nu mis je iets. Hoe kan dat?”

En sommige zinnetjes ga ik ook gebruiken, bijvoorbeeld als ik ergens voor wegren:

“we rennen niet. We nemen grote stappen.’

Bijna tussen neus en lippen door wordt er aandacht besteed aan impulsieve reacties (haar vader) en bedachtzame reacties (haar moeder) en het vormen van meningen.

“Ik buig me over mijn sommen. Ik ben trots op mezelf dat ik mijn mond gehouden heb. Je hoeft niet altijd en overal op te reageren, zei mijn moeder laatst weer. Soms is het beter om eerst te luisteren, erover na te denken en dan pas je mening te vormen. Mijn mening: ik mis meneer Fritz heel erg.”

Maar de belangrijkste les vind ik toch; zie om naar de zwakken, de mensen en dieren die hulp nodig hebben. En help ze. Als we allemaal wat meer als Frietje zouden zijn, zou onze maatschappij er heel anders uit zien!

Mijn mening? Een grappig boek, maar ook ontroerend. Geweldig mooi geschreven, vindingrijk en origineel. Met een paar belangrijke lessen! Een aanrader voor de midden en bovenbouw. Maar stiekem ook voor volwassenen!

TvD