Boekdetails

Kinderen & geloven

Mijn kleine prentenbijbel

  • Auteur: Harrison, James
  • Illustrator(s): Diana Mayo
  • Jaar van uitgave: 2013
  • Prijs: 9.99
  • Pagina's: 80
  • Uitvoering: Gebonden
  • Uitgeverij: Callenbach
  • ISBN: 9789026615399

Een klein formaat (A5) prentenbijbel, met 14 verhalen uit het Oude Testament en 12 verhalen uit het Nieuwe Testament. Een mooi boekje met een zachte omslag.

Inhoud

Een prachtige startbijbel voor peuters en kleuters met bekende bijbelverhalen. Dit boek bevat 14 verhalen uit het Oude Testament en 11 verhalen uit het Nieuwe Testament, afgesloten met de tekst van het Onze Vader. De verhalen zijn kort en niet diepgaand. Daarom is het ook geschikt als eerste bijbel voor peuters en kleuters. Onderaan sommige verhalen staat een vraag: bij ‘De jas van Jozef’: ‘Hoeveel kleuren zie je’?

Uiterlijk

Een gebonden boekje met zacht foam omslag en afgeronde hoeken. De tekst is gedrukt op mooi stevig glad papier.De illustraties zijn full-colour, de tekst is geplaatst in de illustraties. Er is veel te zien voor de kinderen aan wie voorgelezen wordt.

Illustraties

Prachtige kleurrijke illustraties in heldere kleuren, met oog voor detail. De illustraties beslaan de bladzijdes totaal, de tekst is geplaatst in de illustraties. De illustraties ondersteunen de tekst.

Taalgebruik

Eenvoudig taalgebruik, aangepast aan de doelgroep. ‘God was verdrietig. Op de mooie wereld die Hij gemaakt had, woonden slechte mensen. Hij besloot de wereld schoon te spoelen met water, veel water. Al het slechte zou wegspoelen’.

Doelgroep

Peuters en kleuters, door korte tekst, mooie heldere illustraties die tekst ondersteunen en waarop veel te zien is.

Fragment: De jas van Jozef

Jakob, de zoon van Izaak, had twaalf zonen. Jozef was zijn lievelingszoon. Op een dag gaf Jakob hem een mooie nieuwe jas. Het was een prachtige jas, met alle kleuren van de regenboog. De jassen van de andere broers leken oud en saai vergeleken bij de nieuwe jas van Jozef. Ze waren jaloers. (blz. 22)

‘Hoeveel kleuren zie je? (blz. 23)

De broers pasten op het vee van hun vader. Terwijl de schapen vrolijk blaatten en de geiten mekkerden, bedachten ze een gemeen plan om van Jozef af te komen. Er kwam een karavaan voorbij. De koopmannen waren op weg naar Egypte waar ze hun heerlijk ruikende kruiden en olien wilden verkopen. ‘Laten we Jozef aan hen verkopen, als slaaf’, zei een van de broers. (blz. 24)

Ze gingen naar Jozef, pakten zijn jas af en verkochten hem aan de koopmannen. ‘We zullen zeggen dat hij is aangevallen door een wild beest’. Ze doopten zijn jas in het bloed van een van de dieren en zeiden tegen hun vader dat Jozef dood was. (blz. 25).

AP

 

Koop dit boek bij je plaatselijke (christelijke) boekhandel

of

BESTEL ONLINE