Boekdetails

Kinderen & geloven

God wil bij mensen wonen

kinderbijbel

  • Auteur: Ria Borkent, Arie Kok, Judith Janssen, Roeland Smith, Christine Stam-van Gent, Corinne Vuijk
  • Illustrator(s): Liza-Beth Valkema
  • Jaar van uitgave: 2017
  • Prijs: 29,99
  • Pagina's: 320
  • Uitvoering: Gebonden
  • Uitgeverij: Mozaiek
  • ISBN: 9789023996934

Bij Uitgeverij Mozaiek verscheen een nieuwe kinderbijbel voor kinderen van de bovenbouw basisschool: ‘God wil wonen bij de mensen‘. Die wonderlijke boodschap wordt voor kinderen van de bovenbouw van de basisschool doorverteld in deze prachtig geschreven kinderbijbel.

Door de sobere en ingetogen schrijfstijl van de auteurs raak je onder de indruk van de zeggingskracht van bekende en onbekende bijbelverhalen.
De auteurs laten zich leiden door eerbied voor de Bijbel en blijven zo dicht mogelijk bij de bijbeltekst. Als deze kinderbijbel een plek krijgt in het hart van het gezin, ontdekken kinderen dat God ook bij hen wil wonen.

  1. Inhoud  God wil bij mensen wonen’ bestaat uit 92 verhalen uit het Oude Testament en 58 verhalen uit het Nieuwe Testament. Bijbelboeken als Spreuken, Prediker en de grote en kleine profeten uit het Oude Testament worden niet geschuwd. In het Nieuwe Testament wordt, naast de verhalen uit de Evangeliën en Handelingen, ook uit diverse brieven van Paulus en de brief van Jakobus verteld.
  2. Illustraties De kleurenillustraties van Liza-Beth Valkema zijn prachtig! Ze zijn levensecht (check de leeuw in het verhaal van Simson!), en afwisselend stoer, lieflijk, grappig… De illustrator heeft bij elk verhaal een passende vorm gezocht voor de bijbehorende illustratie. Knap! De illustraties passen ook goed bij de manier waarop de verhalen vertelt worden en vormen zo een mooie eenheid met de tekst.
  1. Doelgroep Deze kinderbijbel is geschikt voor kinderen vanaf een jaar of acht, bovenbouw basisschool en jonge tieners.
  1. Taalgebruik: Fris en direct. De zes auteurs zijn dichtbij de oorspronkelijke Bijbeltekst gebleven, daardoor zijn de verhalen uitgebreider dan in de meeste kinderbijbels. Toch wordt de doelgroep in het oog gehouden, nergens wordt het saai. Prachtig zijn de acht Psalmen, mooi uitgelegd de Spreuken… Hier en daar is het taalgebruik wat populair (‘Doe niet of je een superapostel bent. Dan ben je geen reclame voor Jezus’ p. 303), maar te weinig om storend te zijn.
  2. Vormgeving Mooi. Degelijke hardcover uitgave, goed bij de titel gekozen omslagillustratie, mooi stevig papier. Ruimte bladspiegel en prettige lettergrootte. Een kinderbijbel die lang meegaat.
  1. Godsbeeld God is dichtbij en direct aanspreekbaar. Hij wil graag bij ons zijn! Daar verwijst de titel ook naar. Maar, God is geen ‘vriendje’; hij verlangt ook dingen van ons. Dat komt duidelijk naar voren in de verhalen.
  1. Oordeel Een waardevolle toevoeging aan de al bestaande kinderbijbels. ‘God wil bij mensen wonen’ verdient een plekje in de boekenkast, liever nog op de eettafel, van ouders die hun kinderen willen leren dat God echt is, en dichtbij, en dat hij nog steeds graag bij ons -ook in ons huis- wil wonen.
  1. Tekstfragment: Verhaal 38: Bloed aan een mooie jas.(Genesis 37)

Hé, wie zullen we daar hebben? Is dat Jozef? ‘Dat zie je toch zo? Dat gekleurde jasje herken je al van een kilometer afstand’. ‘Wat doet hij hier? Hij komt ons zeker bespioneren voor vader Jakob’. ‘Zou hij weer gedroomd hebben? Het is zo’n fantast!’ Ze zijn helemaal naar Dothan gelopen, de tien broers. Op zoek naar mals gras voor de kudde. Nu zitten ze bij elkaar, eten wat brood en spoelen dat weg met water uit hun kruiken. De schapen en geiten lopen verderop. Een flinke kudde, overal waar je kijkt zie je hun witte ruggen tussen het groen. Ver daarachter danst de kleurige jas door de wei. Daar komt hij, de zoon van Rachel, de vrouw van wie hun vader zoveel hield en die zo jong gestorven is. ‘Hebben jullie zijn laatste droom al gehoord?’ Naftali begint te vertellen. ‘We waren midden op de akker het aan het werk en bonden het graan samen in schoven. Jozefs schoof kwam omhoog en bleef overeind staan. Die van ons kwamen daaromheen staan. En weet je wat er gebeurde? Ze bogen zich allemaal voor die van Jozef neer’. ‘Nou ja,’ roept Dan uit. ‘Wat denkt hij wel? Wil hij soms koning over ons worden? Zou vader hem daarom die mooie jas hebben gegeven?’ ‘En dan hebben jullie zijn allerlaatste droom nog niet eens gehoord .Moet je luisteren.’ Simeon springt op en zwaait met zijn handen als hij vertelt over de zon, de maan en de sterren. ‘Allemaal bogen ze voor Jozef’.  Vader was ook boos toen Jozef dat vertelde’, zegt Ruben. ‘Geen wonder. We hoeven dit toch niet meer te pikken? Ze schreeuwen door elkaar. ‘Nu krijgen we een kans’. ‘Laten we hem doden’. ‘Ho even! Dat gaat me te ver’. Ruben springt op. ‘Dan kunnen we hem beter in die put daar gooien’.

En zo gebeurt het. Als Jozef vlakbij is, grijpen ze hem beet, trekken zijn jas uit en gooien hem in de lege put. Even horen ze hem roepen, maar ze gaan ver genoeg weg zitten om het niet meer te hoeven horen. Na een tijdje staat Ruben op. ‘Ik ga wat hout halen’, zegt hij. ‘Dan hebben we het vannacht ook warm’. ‘He, kijk daar!’ Issaschar wijst in de verte. ‘Kamelen. Een hele karavaan’. Ze roepen door elkaar. ‘Vast op weg naar Egypte, om specerijen en balsem te verkopen’. ‘En slaven’. ‘Slaven? Ik weet wat! Laten we ons broertje uit de put halen en hem verkopen. Daar krijgen die kooplieden in Egypte veel geld voor’. ‘Dan verdienen we nog wat aan hem’.

Ze halen Jozef uit de put. De reizigers binden hem een touw om zijn nek. Ze betalen de broers en daar gaan ze weer, hoog en trots op hun schommelende dieren. Jozef sjokt erachteraan, de zon brandt op zijn blote lijf. Zijn broers kijken hem na, tot hij achter de heuvel verdwenen is.

‘Waar hebben jullie Jozef gelaten?’ Met een arm vol takken komt Ruben aanlopen. ‘De put is leeg’. ‘We hebben hem verkocht’, roept Gad. ‘Moet je kijken hoeveel geld we nu hebben. Wat kunnen we daar allemaal niet van kopen! ‘Wat ? ‘Ruben gooit het hout op de grond. ‘Dit menen jullie niet. Wat moet ik nu tegen vader zeggen?’ ‘Ik weet wel wat, zegt Aser. ‘We hebben zijn jas toch. Die dopen we in het bloed van een bokje en dat zeggen we dat een wild dier hem opgevreten heeft’. ‘Ja, dat doen we,’ roepen ze allemaal. Hij zal de waarheid nooit weten’. Ruben schudt zijn hoofd. Moet zijn vader nu ook nog zijn lievelingszoon missen?

GO

 

 

Koop dit boek bij uw plaatselijke boekhandel

of BESTEL ONLINE