Boekdetails

Dromen van vrijheid

  • Auteur: Lieke van Duin
    Auteur: Truus Huizenga
  • Jaar van uitgave: 2015
  • Prijs: 14.99
  • Pagina's: 176
  • Uitvoering: Gebonden
  • Uitgeverij: Leopold
  • ISBN: 9789025867959

‘Dromen van vrijheid’ is het verhaal van Truus Huizenga. Als meisje woonde Truus – die in dit verhaal Marja heet – van haar 9e -12 jaar in een Jappenkamp in Nederlands Indië. Een sober, maar tegelijk positief en onopgesmukt verhaal over overleven in oorlogstijd in Nederlands-Indië.

Als Marja 9 jaar is, gebeurt er iets waardoor Marja meteen weet dat het mis is. Japanse soldaten lopen door de straat. Ze nemen hun huis in beslag, eten een groot deel van hun voedselvoorraad op. De vader van Marja wordt krijgsgevangene. Moeder, Marja, haar broer Peter, een zus èn een kleine baby – moeten naar een kamp. Als Peter 11 jaar is geweest, moet hij naar een ander kamp, een mannenkamp. Marja moet dan als oudste van het gezin ‘haar moeder helpen’. Ze voelt zich heel verantwoordelijk. Gelukkig heeft Marja een wijze, rustige moeder die de moed er in probeert te houden door hoop te houden. Marja ziet veel in het kamp: moeders die toch blijven roken, en spullen smokkelen voor sigaretten, terwijl hun kinderen ondertussen ook honger lijden. Marja leert dat ze moet ‘horen, zien en zwijgen’. Iets zeggen of iets laten merken kan je dood betekenen.

Erg fijn aan dit boek is dat het prettig leesbaar is, in een nuchtere, eenvoudige stijl, met korte overzichtelijke hoofdstukken. Omdat het boek in de ik-vorm is, komt het verhaal van Marja heel dichtbij. Heel mooi is dat het verhaal onopgesmukt, niet sensatiebelust is. Dit is een van de weinige boeken over het leven in kampen in Nederlands Indië die ‘nuchter’ zijn, die de verhalen niet erger maken dan ze zijn. Het betekent niet dat er geen erge dingen in voorkomen: Marja ziet dat Jaapje en zijn moeder doodgaan, hoort dat de vader van haar vriendin Ankie niet meer leeft, is bezorgd dat haar vader en daarna haar broer weggaan. Zal ze hen ooit weerzien? Of zal het net zo gaan als bij Ankie’s vader? Marja’s moeder is vindingrijk: ze hebben enorme honger, daarom eten ze – wat ze hebben – altijd heel erg langzaam en met een theelepeltje. Hoe langer ze ermee doen, hoe meer ze van de paar hapjes kunnen genieten. Er is angst, onzekerheid, honger, maar toch houden ze telkens hoop: Marja zaait tomatenplantjes, ze maakt een herinneringsboekje over Jaapje, voor zijn vader (als die nog leeft).

Je merkt aan dit verhaal vooral dat degenen die deze kampen overleefd hebben, de volhouders zijn geweest, die net als Marja telkens hebben moeten wachten. Nog steeds honger, aldoor maar honger, weer een verhuizing, weer onzekerheid, hoe zal het nu gaan, weer minder spullen, creatief (moeten) zijn en vooral ‘verstandig’ en rustig. En wat moeilijk moet het geweest zijn dat als er dan eindelijk vrede is en ‘toch geen vrede’ is, maar dat dan Indië nu als Indonesië vecht voor vrijheid. Hoe kan dat, vraagt Marja zich af. Houden onze vroegere hulpen ‘Njaam, Site en Suwono’ niet meer van ons? Het boek vertelt niet of ‘Marja’/Truus de vroegere hulpen ooit weer gezien heeft…

Als de oorlog eindelijk voorbij is, komt Peter weer terug. Marja is blij hem te zien, maar ze ziet ook aan hem dat hij anders is. ‘Dan kijkt hij me aan. Lang. Zijn ogen staan anders dan vroeger, maar hoe, daar weet ik geen woord voor. Ik raak ervan in de war’. (…) ‘Hoe was het daar bij jou in het kamp? Hoe heb je…? Mijn stem stokt. Ik weet niet hoe ik verder moet. Hij begint te vertellen, maar na een kwartier stopt hij, kijkt me aan en zegt ‘Ach, laat maar even’. 

Ik denk dat Marja’s verhaal zo rustig en nuchter kan zijn, omdat haar moeder erg verstandig was en liefde en stabiliteit gaf aan haar kinderen, steeds hoop bleef houden en dit doorgaf aan haar kinderen. Gelukkig komt ook Marja’s vader terug. Hij vertelt aan Marja door dat de mensen in Nederland ook oorlog hebben gehad en ze dus beter daar ook maar niet veel kunnen zeggen, ook in Nederland moeten ze ‘horen, zien en zwijgen’.

Het is een goed besluit geweest dat Marja/Truus met dit boek toch verteld heeft, wat er destijds gebeurd is.  Het is heel belangrijk om deze verhalen door te geven. Zo was het ook. Oorlog, maar toch geloof, hoop en liefde. Dit boek zal voor kinderen van nu  begrip geven over leven in oorlogstijd, in een tijd waarin leven meer overleven is. Hopelijk geeft het ook begrip voor de oorlogsvluchtelingen uit Syrie en het Midden-Oosten die nu Nederland binnenkomen – de kinderen die straks klasgenootjes zullen zijn. Zullen ze elkaar begrijpen? Dingen kunnen delen?

Wat het boek ook bijzonder maakt is dat er een authentiek gedicht in is opgenomen over het leven in het kamp ADEK, waarvan helaas niet bekend is, wie de auteur is. Marja schrijft dit gedicht in het kamp meerdere malen over voor anderen:

Grijze muren, jappenkuren – Warme dagen, hongermagen – Eetgeschillen, keukengrillen- Knoeierijen, gappartijen – Hete hoofden, harten koel – Heet: saamhorigheidsgevoel

Hout aflaaien, samen baaien – Samen kleden, slapengaan – ’n preutse stoort er zich niet aan –  eten halen, vlug vermalen –  gulzig schrokken, grote brokken –  babat zwelgen, ook de telgen –  bord aflikken, sambal hikken – gretig gluren naar de buren –  groot en klein staat op z’n deel – ’t is waarachtig niet te veel

Steeds misère, bacillaire – afgesloofden, luizenhoofden –  Beriberi, bultzakherrie – Corvee eten? Buur verbeten! – Kerstlied zingen, mooie dingen – Denken, zeggen – Banden leggen voor ’t leven – Hulp soms geven –  Doden dragen, wanhoopsvlagen

Nieuwtjes vragen, hoeveel dagen – Is Amerika al hier? – daag’lijks vallen dorpen, steden – maar ’t is weer een week geleden  – noemt weer ieder zich een dwaas -Ergert zich aan nieuwsgedaas

Kinderen, vrouwen – Vastgehouwen – In de klauwen van de jap – Moe gezeten, kaalgevreten – Niet bezweken, toch nog hoop – in ’s vijands oog misschien een wonder: Nooit eronder!

Het boek is chronologisch ingedeeld met de maanden/jaren, waarin de gebeurtenissen waren, er is een kort ‘vooraf’ opgenomen, en een korte intro van hoofdpersoon Truus/Marja die onder andere verteld dat ze zenuwachtig wordt als ze in een rij moet staan en dat ze nooit restjes eten kan weggooien. Als je het boek uit hebt, snap je waarom. Het verhaal wordt afgesloten met een nawoord, waarin de auteurs vertellen hoe en waarom ze het verhaal geschreven hebben. Er is een foto van het gezin van Truus/Marja opgenomen. En het boek sluit af met een uitgebreide woordenlijst met Indonesische begrippen en woorden.

Aanrader voor jongens en meisjes vanaf 10 jaar, voor de leesbibliotheek van groep 6,7,8 van de basisschool, maar ook voor onderbouw VO.

AP

 

Koop dit boek bij de plaatselijke boekhandel

of

BESTEL ONLINE