Boekdetails

De Bijbel – Het boek van Jezus: elk verhaal fluistert zijn naam

  • Auteur: Sally Lloyd Jones
  • Illustrator(s): Jago
  • Jaar van uitgave: 2008
  • Prijs: 18.90
  • Pagina's: 351
  • Uitvoering: Gebonden
  • Uitgeverij: Buijten & Schipperheijn Motief
  • ISBN: 978 90 5881 372 5

Wat een prachtig geschreven, bijzondere kinderbijbel. Deze bijbel wens je thuis in alle gezinnen. Een liefdevol geschreven boek waarin werkelijk álle verhalen heen wijzen naar Jezus.  ‘Er zijn een heleboel verhalen in de Bijbel, maar al deze verhalen vertellen samen één Groot Verhaal. Het Verhaal over God die van zijn kinderen houdt en komt om hen te redden’.

Na het verhaal van de zondeval lezen we: ‘In een ander verhaal zou het hier afgelopen zijn. Dan zou hier komen te staan: HET EINDE. Maar niet in dit Verhaal. ‘God hield teveel van zijn kinderen om het verhaal hier te laten stoppen. God had een plan, een prachtig visioen – hoewel hij wist dat het hemzelf veel pijn zou doen. (…) Hoe dan ook en ondanks alles zou God blijven houden van zijn kinderen – met een Niet te Stoppen, Niet te Stuiten, Niet Stuk te Krijgen, Eeuwigdurende Liefde.

Inhoud

‘t Is niet dat ik U koos; hoe zou dat kunnen? Mijn hart zou U nu nog afwijzen als U mijn niet gekozen had… Mijn hart kan U niets bieden, daarom dorst ik naar uw genade; Ik weet: voor ik van U ging houden, hield U van mij. (Josiah Conder, 1836) Dit lied over Gods genade, die al van mij hield, vóór ik van God ging houden, zou kunnen dienen als samenvatting van dit boek. Ieder verhaal in deze kinderbijbel laat zien wat Gods plan met de wereld was. Gods schepping, de zondeval, de mens die niet voor God koos, maar God die wel voor de mens koos. Gods reddingsplan, zijn rode lijn naar de komst van Jezus, de Redder, de Messias, wordt in elk verhaal duidelijk: kortom, elk verhaal fluistert zijn naam.

Er zijn in deze kinderbijbel 21 Bijbelverhalen uit het Oude Testament en 23 verhalen uit het Nieuwe Testament opgenomen. In geen enkel verhaal is dit ‘zomaar een mooi verhaal uit de bijbel’. Elk verhaal is een onderdeel van Gods plan met de mensen en de wereld. Onder de titel van elk verhaal staat naar welke Bijbelgedeelte het verhaal is ontleend. Het eerste verhaal heet: Het Verhaal en het Lied – en is ontleend aan Psalm 19 en Hebreeën 1. Het verhaal over David is ontleend aan Psalm 51, Psalm 23 en 2 Samuel 7.

Illustraties

De illustraties van Jago zijn bijzonder,  naïef, vrolijk en wekken een glimlach. Ze zijn soms getekend zoals kinderen zouden doen. De illustraties en tekst vormen een eenheid. In het verhaal van Jona zie je dat mooi. Jona staat op de kade bij een schip. Twee bordjes wijzen de weg. ‘Ninevé’ en ‘Niet naar Ninevé’.  Ook uit de illustraties blijkt de verwondering over God.

Doelgroep

Deze kinderbijbel kan vanaf vier jaar voorgelezen worden. Door de manier van vertellen, de bijzondere benadering, het eigentijdse, zelfs flitsende taalgebruik, is deze kinderbijbel geschikt voor kinderen van 4 – 12 jaar. Om verwarring te voorkomen: het taalgebruik is niet gewild, oppervlakkig of populair, maar altijd eerbiedig over Gods Grote Werk. Deze kinderbijbel doet niet ‘kinderachtig’ aan. De kinderen worden in de verhalen rechtstreeks aangesproken.

Taalgebruik

Het taalgebruik is direct, eenvoudig, fris. Bijvoorbeeld bij het verhaal van de toren van Babel: ‘Noach en zijn familie woonden op de aarde en zijn kinderen kregen kinderen, en hun kinderen kregen ook kinderen, en toen kregen hun kinderen ook weer kinderen….Nou je begrijpt het wel; al snel was de aarde weer vol met mensen. Nu sprak in die tijd iedereen nog precies dezelfde taal. Je hoefde dus geen Swahili of Japans ofzo te leren. Je zei tegen iedereen ‘hallo’ en ze begrepen wat je bedoelde. Op een dag zaten ze te praten en kwamen op een idee’. (…)

Er wordt veel humor in het verhaal gebruikt, wat ontwapenend werkt. Mooi is het ‘refrein’ in deze bijbel dat God ‘Hoe dan ook en ondanks alles zou blijven houden van zijn kinderen – met een Niet te Stoppen, Niet te Stuiten, Niet Stuk te Krijgen, Eeuwigdurende Liefde. Dit is een zin die kinderen prachtig zullen vinden om te onthouden en waarvan je ook hoopt dat kinderen die nooit meer zullen vergeten.

Vormgeving

Vrij klein formaat, vierkant, gebonden prentenboek. Gedrukt op stevig papier. Het is een full-colour uitgave, waarbij de illustraties en tekst nauw samenhangen, een eenheid vormen. Soms is er de tekst links en is er rechts een illustratie, meestal tekst over beide bladzijden met daarin tekst, meestal is de tekst rechtop geplaatst (zoals bijna altijd in boeken). Maar bijvoorbeeld bij het verhaal van David en Goliath, houd je het hele boek schuin en zie je Goliath in zijn volle lengte over de beide bladzijden staan, met daarnaast een kleine David. In het verhaal over Jesaja is de boodschap van God aan de profeet Jesaja diagonaal over de bladzijde opgenomen, als in een boekrol, op vergeeld papier, ondertekend door God. Ook de droom die Johannes op Patmos opschrijft, is diagonaal geplaatst. Johannes ondertekent met ‘Kom snel, Jezus! En dan is het boek, deze kinderbijbel, niet uit.

Godsbeeld

Het gaat in de Bijbel vooral over God en wat hij in Jezus als Redder heeft gedaan. Deze kinderbijbel vertelt Het Verhaal over God die van zijn kinderen houdt om hen te redden. ‘Voordat zij (Adam en Eva) de tuin verlieten, fluisterde God tegen Adam en Eva: ‘Het zal niet altijd zo blijven! Ik kom jullie redden! En als ik dat doe dan ga ik vechten met de slang. Ik zal de zonde en de duisternis en het verdriet dat jullie binnenlieten wegdoen. Ik kom terug voor jullie! En dat zou hij doen. Op een dag zou God zelf komen’. (uit het verhaal: De verschrikkelijke leugen)

Oordeel
Nog nooit vond ik een kinderbijbel die én goed en fris geschreven is, én mooi verteld wordt, en die in elk verhaal heen wijst naar Christus, Jezus, als onze Redder, Messias is. Een Bijbel die God laat zien als liefhebbende Vader, die van zijn kinderen houdt ondanks wat ze doen. Ik wens deze kinderbijbel een plek in alle gezinnen, in alle groepen van de basisschool, op de kinderopvang.

Tekstfragment

Het geschenk; Het verhaal van Abraham en Isaak, uit Genesis 22)

Gods wist dat zijn Geheime Reddingsplan alleen zou werken als Abraham hem helemaal vertrouwde. God wilde zeker weten dat Abraham hem altijd zou gehoorzamen. Een paar jar later vroeg God daarom aan Abraham of hij hem een geschenk wilde geven. Abraham gaf graag geschenken aan God. Hij gaf god zijn dieren. Zij werden ‘offers’ genoemd. Daarmee zei hij: ‘God, ik houd van u’. Maar dit keer wilde God geen lam of een geit. God wilde dat Abraham iets meer gaf – veel meer. Hij wilde dat Abraham hem zijn zoon gaf, zijn enige zoon, de zoon waar hij zo van hield – Isaak.

Zijn zoon leggen op het altaar en hem doden als een offer? Hoe kon God zoiets verschrikkelijks van hem vragen? Abraham begreep het niet. Maar hij wist wel dat God zijn Vader was, die van hem hield. En dus vertrouwde hij hem.

De volgende morgen gingen Abraham en Isaak vroeg op pad. Ze beklommen het steile rotspad richting de topo. Isaak droeg het hout op zijn rug. Zijn vader droeg het mes en de kooltjes. ‘Papa’, zei Isaak, ‘we zijn het offerlam vergeten’. ‘God zal ons het lam geven, zoon’, zei Abraham.

Ze bouwden een altaar en legden het hout erop. Abraham vroeg zijn zoon om op het hout te klimmen. Isaak begreep het niet maar hij wist dat zijn vader van hem hield.Hij vertrouwde hem. Hij klom op het altaar en Abraham bond de jongen op het hout. Isaak stribbelde niet tegen en probeerde niet te vluchten. Hij lag daar maar, stil, zonder een geluid te maken.

Alles was klaar. Abraham pakte het mes. Tranen welden op in zijn ogen. Pijn vulde zijn hart. Zijn hand beefde. Hij hief het mes hoog op in de lucht –

STOP, zei God. ‘Doe de jongen geen pijn. Ik wil dat hij leeft en niet sterft. Ik weet nu dat je van mij houdt; je zou mij je enige zoon gegeven hebben’. Abrahams hart stroomde over van vreugde. Hij maakte Isaak los en sloot hem in zijn armen. Zijn oude lichaam schokte van het snikken. Hete tranen stroomden over zijn gezicht. En heel lang stonden ze daar zo, in elkaars armen, de jongen en zijn vader. Plotseling zag Abraham een ram staan, die vastzat in een doornstruik – het offer. God gaf hun op het juiste moment wat zij nodig hadden. De ram zou sterven zodat Isaak zou leven. Abraham offerde de ram, in plaats van zijn zoon.

En toen zij daar zaten, op de top van de berg, kijkend naar de gloeiende kooltjes die doofden in de koude avondlucht, terwijl de sterren pinkelden in de diepzwarte hemel, maakte God Abraham en Isaak iets duidelijk. God wilde zijn mensen het leven geven, geen straf. Maar zij moesten hem wel vertrouwen. ‘In jullie familie zal ooit Iemand geboren worden die de gehele wereld gelukkig zal maken’, beloofde God hun.

God werkte aan een wonderlijk geschenk voor heel de wereld. Hiermee zou hij zijn mensen zeggen: ‘Ik houd van jullie’.
Vele jaren later zou een andere Zoon op een andere heuvel klimmen, met hout op zijn rug. Net als Isaak zou hij zijn Vader vertrouwen en doen wat hij vroeg. Hij zou niet tegenspartelen of wegrennen. Wie was hij? Gods Zoon, zijn enige Zoon – de Zoon van wie hij hield. Het Lam van God.

AP

 

Koop dit boek bij je plaatselijke (christelijke) boekhandel

of

BESTEL ONLINE